![]() |
![]() |
Ockenburg spreekt is de publicatie bij de beeldende en
poëtische reconstructie Arctoa Tempe
(noordelijk Tempe-dal) in Villa Ockenburgh te Den Haag. Het behelst ruimtelijke
installaties, video en fotografie van Maria Klerx en Annemarie van den Thillart. En muurpoëzie door Y. Né uit haar unieke gedicht Ik ben Eden in het duin, Ockenburgh spreekt,
als eigentijds commentaar op het 17de eeuwse hofdicht van Jacob Westerbaen over
zijn landgoed Ockenburgh. Y. Né reageert op haar wijze op
het hofdicht. Zij zal een ‘wandeling’ door de ‘hof’ verwoorden, waarin boven
alles zintuiglijkheid en ruimtelijkheid hun uitdrukking krijgen. In een spel
met binnen en buiten, vol contrast tot de wereld daarbuiten. Het zal een
universele tuin zijn, die nergens bestaat en tegelijkertijd overal zou kunnen
bestaan. De tuin raakt het lichaam aan via de zintuigen. Het lichaam is via de
zintuigen de plaats waar de ontdekkingswandeling door de tuin begint. Met
uitstapjes van de geest naar andere gebieden. Een tuin van taal, tastbaar en ruimtelijk
geworden in en via de taal. Een tuin in het hoofd en toch heel aanwezig. HOFDICHT Het hofdicht was geliefd in de 17de
en 18de eeuw en was geïnspireerd op klassieke voorbeelden van
Vergilius en Horatius. Het is opgedragen door of aan de bezitter van een ‘hof’,
een landgoed, en is een geïdealiseerde beschrijving van het buitenleven. Het
hoofdbestanddeel bestaat uit een wandeling over het landgoed. Jacob Westerbaen
volgde met zijn lange hofdicht Ockenburgh
Constantijn Huygens na, die in 1653 het zeer bekend geworden Hofwijck publiceerde. Westerbaen toont
echter een heel eigen stijl en aanpak. Toen Westerbaen Ockenburgh schreef was het landgoed nog in aanleg en bestond een
groot deel van wat hij schreef alleen in zijn hoofd. |
Prijs € 17,50 ISBN 9789071376450 |
Y.Né |